Terug naar hoofdinhoud

Clicks en bricks gaan hand in hand

Gepubliceerd op: dinsdag 14 april 2020 | 14:34

‘Winkeliers zullen nu alle zeilen moeten bijzetten’, zo stelt ABN AMRO in haar prognose voor de retailmarkt. De detailhandel zal weliswaar groeien, maar tegelijkertijd krijgen winkeliers door de
online concurrentie te maken met afnemende verkoop en leeglopende winkelstraten. Maar financiers , vastgoedbeleggers, retail deskundigen en winkeliers denken nogal verschillend over de beste
overlevingsscenario’s. De een ziet vooral toekomst in online shopping, de ander juist groei voor fysieke winkels door hun onmisbare functie van advies, oriëntatie en persoonlijke service.

Enkele tientallen ondernemers en bestuurders uit onze regio buigen zich op woensdag 19 februari 2020 over de toekomst van de retail en dan vooral die van de winkelgebieden in onze regio. Zij discussiëren op initiatief van het Economisch Netwerk Capelle (ENC) in de FlexLounge van het Capelse Ondernemershuis met als gastheer Tjeerd de Lange. De discussie staat onder leiding van Frans Beskers. De Capelse ondernemer adviseert en coacht met zijn bedrijf De Rotterdamse Aanpak al bijna 30 jaar ondernemers, organisaties en bedrijven bij managementvraagstukken. Zijn carrière als voormalig acteur en theaterproducent vormt de basis voor zijn creativiteit en het soepel leiden van gesprekken.

Hogere winstmarge
Frans Beskers: “Er is veel veranderd in de retail wereld. Het online shoppen groeit gestaag, zo waren 262 miljoen aankopen in 2019 goed voor bijna 26 miljard omzet. Maar verreweg het meeste geld wordt toch verdiend in de stenen winkel, bijna driekwart van alle omzet in de retail wordt daar behaald, vaak ook met een hogere winstmarge dan webshops. Toch zien we in heel Nederland een leegloop in de winkelstraten. Hebben we dat probleem ook in onze regio en waar lopen wij hier tegen aan? Wat loopt goed? Wat kan beter en heeft aandacht nodig? Gert-Jan Vlug, ondernemer en eigenaar van Q Retail: “Ik zie wel een probleem. Er is weinig eensgezindheid in winkelgebieden omdat er verschillende belangen zijn op hoger niveau. Het gaat allemaal om geld. Terwijl we het samen moet oplossen. Zo heeft de Crimpenhof een coöperatie met verschillende eigenaren. Dan spelen er allerlei individuele belangen. De Koperwiek heeft dat probleem niet. Het gaat er echt om als de retailer een klacht heeft, hij zich gehoord voelt door de eigenaar en dat die ook bereid is mee te denken en mee te investeren.” Paul Vogels van winkeliersvereniging De Crimpenhof herkent zich in zijn analyse: “Ons winkelcentrum heeft 13 verschillende eigenaren, waarvan een grote. Dat vergt wel de nodige inspanning om met elkaar te overleggen en op een lijn te komen. En dat is best spannend, want we zijn net iets te groot voor de wijk, maar kunnen niet concurreren met grotere winkelgebieden in een stadskern.”

Revolutie
Michel Kuipers van het in Alexander gevestigde Ntoren kantoorconcepten en tevens actief in winkelvastgoedbeheer schetst het dilemma in de retail. “In de winkelmarkt is het uiteindelijk een kwestie van vraag en aanbod. Wat er nu gebeurt, is dat de vraagzijde in korte tijd extreem verandert. Er is eigenlijk een revolutie gaande vanuit de klant, die op een andere manier winkelt en andere behoeftes heeft. De aanbodzijde kan dat niet zomaar volgen. Met stenen ben je niet zo fl exibel en je hebt te maken met veel partijen zoals de overheid en vastgoedbezitters die ook vaak wat log opereren. Maar sneller kunnen reageren is wel nodig. Want de verandering gaat enorm snel. Het vrij winkelen in een stenen kubus wordt vervangen door shoppen op je telefoon. Ik denk dat we daarmee pas in het beginstadium zitten.“

Erik Hommel, beleidsadviseur gemeente Capelle aan den IJssel: “We hebben relatief weinig leegstand in Capelle. Maar als overheid proberen we ook echt verder vooruit te denken zoals bij het ontwikkelen van winkelgebieden, wonen en parkeren. In dat licht begrijp ik de EnC-Rondetafelgesprek Ondernemers over de ‘Clicks’ en ‘bricks’ moeten binden en toenmalige bouw van winkelcentrum De Terp, op loopafstand van De Koperwiek niet zo goed. Wie heeft dat ooit bedacht?” Volgens Gert-Jan Vlug is er in de markt nauwelijks ruimte voor extra winkels. “Maar wel voor andere invulling die het winkelen aantrekkelijk maakt. Zoals horeca, entertainment en evenementen.”

Detailhandelsvisie
“Als gemeente denken we bij het inrichten van onze detailhandelsvisie eerst goed na”, aldus de Krimpense wethouder Anthon Timm. “We laten ons eerst uitgebreid informeren, kijken naar rapporten en onderzoeken die zijn verschenen. Dan gaan we het dorp in en leggen ons oor te luisteren bij ondernemers. Het gaat bij ons niet alleen ‘om wat doen die winkeliers’, maar ook om buitenruimte, parkeren, bouwen, infrastructuur, mobiliteit en kwaliteit van internet. Dat speelt allemaal mee. De truc is volgens mij dat je heel veel met elkaar moet praten over wat nu en in de nabije toekomst nodig is. En dan kan je veel beter inspelen op veranderende situaties. Vanuit mijn overheid heb ik de taak om daar goed naar te luisteren.” Zijn Capelse collega-wethouder Harriet Westerdijk trekt het nog breder: “Ook regionaal moeten we met elkaar afspraken maken. Bijvoorbeeld om te kijken naar hoe het zit met de verdeling en vestiging van winkelketens en centra. Gemeenten moeten ook met elkaar beoordelen wat waar moet komen. Daarop met elkaar een visie ontwikkelen.”

Hoe kun je grote spelers, zoals de overheid goed betrekken bij het gebied? “Dat is een uitdaging”, merkt gebiedscommissielid Prins Alexander Ron Davids op. “We zijn in 2015 begonnen met een alliantie om Alexandrium
klaar te maken voor de toekomst. De kern zit volgens mij in de verblijfsduur van huurders en winkelpubliek. Daar zit nog onze zorg voor de ontwikkeling van het gebied. Rotterdam is toch meer gefocust op het centrum en op Zuid.”

Tweedeling
Hij ziet in sommige winkelgebieden een tweedeling ontstaan. “Zoals in het Lage Land bij de omgang met leegstand. Het gaat soms om snel cashen, een winkelruimte is dan snel gevuld, maar er wordt bij de keuze voor een huurder niet gekeken naar het effect op de uitstraling en aanbod. Het gaat ook om kwaliteitseisen. In de visie van de gemeente gaat het vooral om voorwaarden scheppen, zorgen dat buitenruimte en infrastructuur op orde is en verder wordt het aan de markt over gelaten. Als alle grond van jou is, zoals bij Boulevard Zuid wordt eisen stellen aan kwaliteit makkelijker. Dan wordt het een soort monopoly en kan je zelf
schuiven en het speelveld bepalen.”

Volgens Annemiek den Breejen van bedrijfsfi - nancierder Credion is er ook een tweedeling in de markt. “Of je ziet grote ketens of veel kleinere zaakjes, waar ook op beleving wordt gestuurd. Daar is toch een betere mix van te maken? Want mensen winkelen heel verschillend.”

Verblijfswaarde
Gert-Jan Vlug: “Je kunt het binnen zo mooi maken als je wilt, maar als het gebied eromheen niet op orde is, heeft dat weinig zin. Je moet er ook graag willen komen. Probleem is dat de focus nog teveel naar binnen gaat.”
Retailarchitect Sjoerd Wolterboer valt hem bij: “Het gaat ook om wat je toevoegt. Dus investeer ook in aanloopstraten en maak die levendiger. Zoals met creatieve huurders en horeca. Je moet ook denken aan verblijfswaarde op straat.“

Assurantie-ondernemer Kees van Steensel vindt de Rotterdamse Pannekoekstraat daarvan een mooi voorbeeld. “Daar valt wat te zien en te beleven. De uitzendbureaus zijn weg en nu zit daar kleinschalige, gevarieerde horeca met allerlei speciaalzaakjes. Je ziet en beleeft daar wat anders. Wat ik mooi zou vinden, is bijvoorbeeld een combinatie van speciale leuke zaakjes en grote winkels in de Koperwiek. Dat mis ik een beetje in het verhaal en dan betekent ook dat een vastgoedbeheerder kleinere units gaat verhuren. In bepaalde gebieden kan dat hybride model werken.”

Kansen ondernemerschap
De meeste deelnemers zien ondanks de vele bedreigingen nog voldoende kansen voor het winkelondernemerschap. Maar als detaillist zal je dan wel steeds meer vakspecialist worden en iets extra’s moeten bieden, is de heersende opinie. Anthon Timm: “Het gaat ook om een goed product, verhaal en concept. Dan heb je altijd toekomst.” Gert-Jan Vlug: “Verleiden is belangrijk. Het gaat ook om de professionaliteit van de verkoper. Wat bied je meer?“

Frans Beskers: “Het is niet alleen maar goedemorgen en goedemiddag. Maar ook een kopje koffi e. Elkaar kunnen ontmoeten, beleving en werken aan een relatie met je klanten. Weten wat ze nodig hebben.“ Er wordt aan de discussietafel zelfs de suggestie gedaan om internetshoppen in je zaak mogelijk te maken en dan de klant te bedienen met koffi e en advies over zijn aankoop.

‘Voor een piek naar De Koperwiek’
Rabobankdirecteur Willem Groenendijk: “Je moet ook kijken naar maatschappelijke ontwikkelingen. Hoe kan je ouderen bijvoorbeeld aanspreken? Mooi voorbeeld is ‘voor een piek naar De Koperwiek’, waarbij er vervoer is
voor ouderen tot aan de winkeldeur. Dat haalt mensen uit de eenzaamheid. Wereldhave, winkeliers en ABN Amro hebben dat omarmd. Je voorziet zo in een behoefte en lost voor een deel een maatschappelijk probleem op.”

Gert-Jan Vlug: “Denk inderdaad aan de vergrijzing. Ouderen hebben geld en tijd. Hou daar rekening mee met woningbouw in de buurt. Denk ook aan vervoer tot de winkeldeur, ruimere openingstijden en maaltijdbezorging
voor ouderen” Erik Hommel: “We worden allemaal ouder. Je ziet steeds meer zorgwinkels verschijnen. Dat is ook interessant voor het aanbod in winkelcentra.” Cornelis van Wesep van Coöperatie Winkelcentrum
Crimpenhof. “Je moet demografi sch kijken naar de opbouw van je bevolking. Richt je op je eigen potentieel. Onze concurrent zit niet in De Koperwiek, maar in de polder. In Krimpen is het daarom heel belangrijk dat supermarkten op zondag open zijn. Dan houd je je publiek binnen de gemeentegrenzen.”

Marktwerking of overheid?
Winkels hebben behalve dus economisch ook sociaal een cruciale functie. Moet de overheid zich er daarom veel meer mee bemoeien? Of draait het toch om ondernemerstalent en moet de markt vooral zijn werk doen?

“De marktwerking is soms ondermijnend. Het draait allemaal om geld”, ziet Gert-Jan Vlug Volgens Erik Hommel moeten gemeenten hun bestemmingsplannen fl exibeler maken. “Laat dat een beetje los. Omdat ontwikkelingen en veranderingen in behoeften heel snel gaan. Zoals een biertje kunnen drinken bij de kapper. Het gaat erom dat je als drie-eenheid met vastgoedeigenaren en winkeliers kan optrekken.”
Anthon Timm wil daar minder ver in gaan: “Wat mij betreft is het vooral schoenmaker ‘blijf bij je leest’. Ondernemen is ondernemen. En overheid is overheid. Wat wel belangrijk is dat je met elkaar in gesprek gaat om de juiste dingen voor elkaar te doen. Wij zorgen dan dat er terrassenbeleid komt, maar ik ga als overheid niet op zoek naar een kroegbaas.” Kees van Steensel: “Ik denk dat ook dat de vastgoedbeheerder er baat bij heeft om kleinere en sociale winkels neer te zetten die het totaal interessanter maken. Daar zou de gemeente ook een rol in kunnen spelen.”

Mindset
Rabobankdirecteur Willem Groenendijk denkt dat er nog wel een stap extra nodig is. En die kan de winkelier of overheid volgens hem niet zetten. “Je lokale economie steunen is natuurlijk prima. Maar er moet ook iets gebeuren in de mindset van de consument. Van ons allemaal dus. Meer online shoppen is geen oplossing.” EnC-Rondetafelgesprek vervolg van pagina 17 Ondernemers over de toekomst van retail ‘Clicks’ en ‘bricks’ moeten samen klanten binden en boeien.