Ondernemers over krappe arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt is krap. Veel vacatures staan open: een kwart miljoen. Een recordaantal. Voor bijna de helft zijn amper kandidaten te vinden. In ICT, onderwijs, verkoop, zorg en financiële controle nemen de tekorten toe. Daardoor stagneert de economische groei, ook in het MKB. Tegelijkertijd vinden ouderen nog steeds moeilijk een baan en maken werkgevers soms eerder en vaker gebruik van buitenlandse arbeidskrachten. Niet vervulde vacatures betekent een grotere werkdruk voor het zittende personeel. “Altijd alles op dezelfde manier blijven doen, is geen optie.”
Twintig ondernemers uit onze regio staan woensdag 27 november 2019 stil bij de arbeidsmarkt en de factoren die zij als beslisser kunnen beïnvloeden om tot oplossingen te komen. Zij discussiëren op initiatief van het Economisch Netwerk Capelle (ENC) in de raadszaal van de Gebiedscommissie Prins Alexander met Marco Bunk van Café-Bar Wilskracht als gastheer. De discussie staat onder leiding van de Rotterdamse ondernemer en recruiter Jacques Koekkoek. “Ik spin natuurlijk garen bij een krappe arbeidsmarkt. En die is ongekend,” aldus Koekkoek. “Onze economie blijft daardoor pas op de plaats maken. En de arbeidsmarkt is niet alleen krap geworden, maar als gevolg van ontwikkelingen in de maatschappij en technologie ook enorm veranderd. Als je mij 15 jaar geleden had verteld dat er nu in Den Haag veel werk is voor 60-plussers had ik je waarschijnlijk uitgelachen.” Volgens hem vinden tegenwoordig veel mismatches plaats omdat je als werkgever met alle technologische en maatschappelijke veranderingen ook heel goed moet weten waar het over gaat. “Op een gegeven moment snappen we het niet meer. En dat blijkt vooral lastig in de IT en de techniek.”
Salaris als lokmiddel
Een hoger salaris blijkt niet iets waar werkgevers massaal naar grijpen in de strijd om potentieel personeel, zo blijkt uit UWV-onderzoek onder werkgevers. Daarin valt op dat slechts 3 procent het salaris heeft aangepast in de jacht op nieuwe werknemers. De stelling ‘met een hoger salaris krijg ik wel mensen’ vindt weinig weerklank. “Meer salaris kan helpen, maar is geen doorslaggevende factor. Je moet ook een uitdaging en ambitie hebben met de inhoud van het werk”, aldus Michel Uijlenbroek van werving en selectiebureau Technice. Gert Abma, Daamen van Sluis: “Je krijgt daardoor wel meer mensen, maar of dat de juiste mensen zijn vraag ik me dan af. Je wilt ook niet je salarisgebouw overhoop halen en zittende mensen wegjagen. Het is wel een feit dat je met andere arbeidsvoorwaarden aantrekkelijker kan zijn.” Jan Los Aurio-ICT: “Uitdaging, werkplezier en sfeer zijn ook belangrijk.” Leo Hille van uitgever van leermiddelen Translion: “Voor sommige branches geldt dat zoals de ICT.
Maar in de bouw en transport worden juist mensen gehaald uit EU-landen voor een lager salaris. Dan zie je de tegenovergestelde beweging.” Horecaondernemer Marco Bunk: “Een hoger salaris is de meest verschrikkelijke prikkel die je mensen kunt geven. Na een paar maanden zijn ze dat vergeten en gaat het om de arbeidsomstandigheden.” Anthon Timm, wethouder gemeente Krimpen a/d IJssel: “Als je een tijd op de bank zit, is salaris niet zo belangrijk, maar de manier waarop je wordt verwelkomd en begeleid wel.” Jannes van der Heide, gemeente Capelle a/d IJssel: “Flexibel kunnen werken is ook essentieel. Zeker met schoolgaande kinderen. Misschien kan ik elders veel meer verdienen, maar of ik daar dan met de balans werk/privé gelukkiger van word, is de vraag.” De constateringen van de aanwezigen kloppen volgens Koekkoek: “Uitdaging en flexibele werktijden worden veel hoger gewaardeerd, zo blijkt uit onderzoek. Net zoals de werksfeer. En die kost geen geld.”
Man/vrouw
Een heet hangijzer is het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Ada Goverde, Allios.Deite`: “Ik kwam er in een vorige baan achter dat ik tien procent minder verdiende dan mannen in een vergelijkbare functie met dezelfde ervaring.”
Een van de oorzaken zo blijkt volgens Koekoek uit onderzoek dat vrouwen bescheidener zijn in onderhandelen. Maar veel aanwezigen vinden dat werkgevers ook een verantwoordelijkheid hebben. “Alle ongelijkheid is flauwekul,” aldus HR-ondernemer Frans Bekkers van De Rotterdamse Aanpak.
Intern
Volgens het UWV zouden werkgevers meer moeten kijken naar het potentieel van oudere werknemers en creatief zijn met het invullen van de vacatures. Koekkoek: “De achterdeur dichthouden. De mensen die op hun plek blijven zitten, hoef je in ieder geval niet te zoeken. Dan heb je het ook over duurzame inzetbaarheid en interne mobiliteit. Die is per beroep verschillend. Maar 40 procent haalt in het werk zijn pensioenleeftijd. Daar zit ook nog behoorlijk rek in. Ook oudere werknemers moet je scholen.
Daar moet meer aandacht voor komen.” Leo Hille: “Van de tien tegelzetters kan je misschien er een planner en een leermeester maken. Daar praten we heel makkelijk overheen.” Volgens Ada Goverde Is het ook aan de werknemer om na te denken over hoe lang die in een functie mee kan. “Dat is lastig, maar je moet je wel bewust zijn van je kansen. Ga in overleg met je werkgever over bijscholing en doorstroom. Je kunt de verantwoordelijkheid niet alleen bij hem of de overheid neerleggen.” Ondernemerscoach Emile van der Weg: “Ik zie dat sommige bedrijven de kwaliteiten van hun mensen niet kennen. Als je dat niet weet, kan je ze ook niet goed inzetten. Dat geldt ook voor de ruim honderdduizend mensen in de ww.” Maar daar wordt volgens wethouder Timm in de arbeidsbemiddeling nu wel naar gekeken. “Wat zijn de interesses? Wat helpt om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen? Een werkloze ICT-er met weinig ervaring vindt het misschien ook leuk om te koken. Het gaat niet om het papiertje, maar ook om motivatie.
Er zitten ook mensen in de bijstand die wetenschappelijk onderwijs hebben genoten. Het is onbegrijpelijk dat die in tijd van hoogconjunctuur niet aan een baan komen. Als wethouder wil ik de match maken van kaartenbak naar bedrijfsleven. Wat hebben de werknemer en werkgever nodig? Begeleiding, scholing?” Frans Bekkers: “We moeten gewoon ontzettend veel praten en luisteren naar elkaar. Wat willen we, wat vragen we?” Ook Hille ziet dat een redelijk arbeidspotentieel nog thuis zit. “Maar werken loont nog te weinig. Vooral in uitvoerende beroepen is het heel moeilijk om dat arsenaal aan de gang te krijgen. Terwijl we ook hen keihard nodig hebben.”
Werving
Het gebruiken van de goede wervingskanalen blijkt voor velen een heikel punt. Werkgevers moeten vooral laten zien dat ze een leuke goede werkgever zijn, zo betoogt Koekkoek: “Waarom werken mensen voor je? Laat dat zien. En niet alleen maar online en op social media. Je moet diezelfde warme deken hebben als je in je werving aangeeft. Werk voor lastige functies samen met andere partijen om elkaar te ontmoeten en naar elkaar te verwijzen. Hoe bereik je mensen? Waar zitten ze? Kijk ook naar gerichte media zoals vakbladen. Eerst je huiswerk maken en zorgen dat je een leuke club bent. De beste recruiter is de werknemer die bij je zit.” Kortom: de kandidaat heeft het volgens hem voor het zeggen. “Op het moment dat je verwachtingen gaat wekken die je niet kunt waarmaken, gaat het fout.” Yvonne Legerstee van Danesch: “Het is heel belangrijk dat je als werkgever zorgt dat iemand goed terecht komt, past in een team en wordt geaccepteerd. Dan pas kan ik een goed iemand leveren. Anders houdt het voor mij op.” Recruiters reageren vaker op vacatureadvertenties dan kandidaten is de ervaring van Gert Abma. Dat zet volgens hem een rem op de flexibiliteit van de werkgever aan de poort. “Dat is niet per definitie altijd een succes, terwijl het wel geld kost.” Ada: “Dat valt wel mee. Je moet als werkgever ook betalen voor een advertentie en tijd en ruimte maken om de selectie te doen.”
Mismatch onderwijs
De mismatch tussen onderwijs en bedrijfsleven is ook een bottleneck volgens Leo Hille: “Studenten worden niet opgeleid voor functies die worden gevraagd. Dat zie ik bijvoorbeeld bij transport en logistiek. Dan zit je straks met een groep mensen op de arbeidsmarkt die onvoldoende capabel zijn.” Kees Rijkhoff, Avantage: “Het hiaat tussen onderwijs en bedrijfsleven is enorm.” Frans Bekkers: “Ik ken maar heel weinig mensen die doen waarvoor ze zijn opgeleid. Dat is heel normaal. Het gaat vooral om een goede basis.” Ada: “Opleidingen kunnen niet weten hoe de vraag zich ontwikkelt en wat er over tien jaar voor banen zijn. Daarvoor gaan de veranderingen te snel.”
Cijfer
Welk cijfer geven de aanwezigen de arbeidsmarkt? Een zware onvoldoende tot een klein zesje . Maar de kansen die er zijn kunnen op een hoger cijfer rekenen. “Als je die weet te benutten ben je spekkoper,” vindt Ada Goverde.


